Dit is voorbeeld van een kunstles die erop gericht is om op een speelse en praktische manier de essentie van het kunstenaarschap over te brengen aan kinderen, met de nadruk op creativiteit en verbeeldingskracht.
Doelgroep: onderbouw – Brede School
Tijdsduur: 1 uur
Thema: beroepen
Lesdoelen: de leerlingen
– weten dat een kunstenaar iets nieuws maakt.
– begrijpen dat een kunstenaar ideeën, inspiratie en verbeeldingskracht nodig heeft.
– kunnen verschillende vormen van kunst benoemen.
– hebben ervaren hoe het is om zelf iets creatiefs te maken met hun verbeelding.
– weten dat kunst over gevoelens, gedachten en wat je ziet kan gaan.
Benodigdheden: Verschillende kleuren wol en dikker garen; Voorbeelden van (eenvoudige) kettingen of slingers gemaakt van wol/garen; Grote afbeeldingen van diverse kunstwerken (schilderijen, beelden, etc.) om te laten zien; Een foto van de docent als kunstenaar en wat voorbeelden van eigen werk; Een groot vel papier of whiteboard en stiften.
Lesopbouw
Introductie (10 minuten)
– Welkom en thema: vandaag gaan hebben over een heel bijzonder beroep, dat van kunstenaar.
– Wat is een kunstenaar?: iemand is die iets nieuws maakt. Denk aan een schilder die een schilderij maakt, of iemand die muziek maakt.
– Belangrijke middelen: een kunstenaar heeft ideeën nodig. Waar halen ze hun ideeën vandaan? Ze gebruiken hun fantasie en hun verbeelding! En ook een beetje talent.
– Verschillende vormen kunst: muziek (luister je met je oren), dans (beweeg je met je lichaam), en beeldende kunst (kijk je met je ogen). Vandaag gaat het vooral over beeldende kunst, want dan maken we iets wat je kunt zien.” Laat hierbij de voorbeelden van kunstwerken zien.
– Mijn rol als kunstenaar: wat voor soort kunst ik maak (metaal en textiel, bewegend werk), met een voorbeeld van mijn eigen werk, laten zien dat ik ook mijn verbeelding gebruikt.
De praktische opdracht: (30 minuten)
We gaan zelf aan de slag als kleine kunstenaars! En maken een hele bijzondere ketting.
Materiaal: Dit zijn onze materialen wol en garen. Net zoals een schilder verf gebruikt, gebruiken wij wol.
Techniek: Handbreien.
Uitleg hoe je de draad om je vingers wikkelt en de lussen maakt, het hoeft niet perfect te zijn, Oefenen: het gaat om het proces van maken en het gebruiken van je fantasie, de leerlingen krijgen individueel hulp
Verbeelding stimuleren: “Wat voor kleur wordt jouw ketting? Kun je er een verhaal bij verzinnen? Misschien wordt het wel een ketting voor een reus, of een superklein kettingje voor een elfje! Kan de ketting gedragen kan worden als een sjaal, of opgehangen als slinger, of als cadeau weggegeven kan worden. Dit laat de diversiteit zien van wat je met een kunstwerk kan doen.
Reflectie (15 minuten)
Herhaling van de kernpunten van de les. Wat hebben we geleerd? Kunnen de leerlingen de belangrijkste begrippen benoemen (kunstenaar, ideeën, verbeelding)? Wordt de techniek begrepen?
– Wat doet een kunstenaar ook alweer? Die maakt iets nieuws!
– Wat heeft een kunstenaar nodig? Ideeën en fantasie.
– Waarover kan kunst gaan? Over gevoelens, wat je ziet, of wat je denkt.
– Wat hebben wij gedaan? We hebben de verbeelding gebruikt om iets unieks te maken!
– Picasso-citaat: In ieder kind schuilt een kunstenaar, het is alleen moeilijk om dit als volwassene ook nog te kunnen. Het is belangrijk om je fantasie te blijven gebruiken.
Presentatie/ Afsluiting / Vragenronde
Iedereen heeft vandaag iets moois gemaakt met zijn eigen fantasie. Jullie zijn allemaal een beetje kunstenaar! Wie weet word jij later wel een echte kunstenaar?
Differentiatie
Voor de snelle werkers: stimuleer om langere kettingen te maken, of om verschillende kleuren wol/garen te combineren in één ketting. Voor leerlingen die meer hulp nodig hebben: geef extra individuele begeleiding bij het handbreien. Focus op het plezier van het proces in plaats van het perfecte resultaat. Verdieping: Vraag de leerlingen om na te denken over een titel voor hun kunstwerk (de ketting).